Een zeer belangrijke ontwerper uit de jaren twintig is wel 
Gabriëlle (bijnaam : Coco) Chanel. Tot haar dood in 1971 wist zij in de publiciteit te blijven.
Tot afgrijzen van velen in die tijd, begon ze ontwerpen te maken met behulp van de stof "jersey", dat toen als een mindere soort werd beschouwd, slechts geschikt als ondergoed. Ze introduceert de "jumper", de trui voor de vrouw.
In 1921 komt ze met haar eigen parfum : Chanel no. 5, dat uit 128 ingrediënten zou bestaan.
Haar omgeving : Strawinsky, Picasso, Hemingway, Diaghilev, Cocteau.
Een groot succes werd de wellicht eenvoudigste vondst die men kan bedenken, de ' Petite Robe Noire' , een korte zwarte jurk van "crèpe de chine", geen kraag, wel lange mouwen.
Sinds Chanel is het voor vrouwen niet meer "bon ton" een volmaakt witte huid te hebben, maar mochten ze zich door de zon gebruind laten zien. Vanaf toen was dat niet meer voorbehouden aan de werkenden, maar werd het een teken van welstand. En geeft vervolgens ook een impuls aan de badmode.